De Grenache druif, die typisch is voor zuid Frankrijk en Spanje omdat ze uitstekend tegen de hitte en de droogte kan, is bij uitstek geschikt voor het maken van Rosé wijn. Dat is ook een van de redenen, dat de beste Rosé wijnen uit de Provence komen.
Daarnaast leent de Grenache druif zich ook voor het maken van rode wijn. We hebben ongeveer 1 ha Blauwe Grenache druiven. Door het hoge aantal zonne-uren in de Provence bevatten de druiven, die meestal begin September geoogst worden een hoog suiker (en dus alcohol) percentage.
Het maken van goede Rosé wijn is een moeilijk vak, zeker als je zo weinig mogelijk bestrijdingsmiddelen en additieven wilt gebruiken.
Aangezien het in de Provence erg droog is heb je gelukkig nauwelijks last van schimmels (meeldauw) op de druiven. Maar bij de bereiding heb je in ieder geval sulfiet nodig om oxidatie van de wijn te voorkomen.
Bij SAN PEYRE wordt de Rosé wijn nog op ambachtelijke wijze geproduceerd. De druiven worden bij voorkeur bij een lage temperatuur geplukt, dus in de vroege ochtend. Daarna worden ze in de Fouloir (een soort molen) mechanisch geplet. De most die dan ontstaat mag eigenlijk niet warmer zijn dan ca 5 graden om te voorkomen dat de schillen te veel kleur afgeven, maar wel aroma’s.
Bij rode wijn laat je de most met de schillen waarin natuurlijke gist zit, fermenteren om daarna te persen. Bij Rosé wordt de most echter meteen geperst om een mooie lichte zalmachtige kleur te krijgen. Daarna gaat het sap fermenteren. Er moet in dit geval echter natuurlijke gist toegevoegd worden omdat je de schillen mist. De ideale vergistingstemperatuur is 15-18 graden. Na 14 tot 21 dagen is de wijn uitgegist. Hij wordt dat gefilterd en kan op inox vaten gaan rijpen. 5 tot 7 maanden later is de wijn dan gereed om gebotteld te worden.
